‘O, ik ruik het al. Ze heeft gepoept.’
Yaël ligt al een halfuur in bed voor haar middagslaapje. Ze slaapt nog niet en ik heb net besloten even te gaan kijken waarom ze niet slaapt. Al in de gang weet ik wat er aan de hand is. In haar slaapkamer doe ik het licht aan. Yaël zit op handen en knieën te wiegen. De achterkant van haar slaapzak is geel-bruin. Op de dekens zitten bruine vlekken, op het kussen, de lakens, overal. De stank is om plakjes van te snijden. Yaël heeft diarree. Dit vraagt om een planmatige aanpak.
‘Zwaar zijn dit soort momenten hè?’
Koekie is arrogant én onzeker. Hoe kan dat?
‘Alle meisjes van mijn school zijn verliefd op mij,’ zei Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. Hij zuchtte erbij alsof dat niet alleen volstrekt logisch was, maar ook of het hier een zware last betrof.
‘Ik kan het beste voorlezen van alle kinderen in de klas,’ zei hij, op een manier die geen enkele ruimte voor twijfel liet.
‘Ik wil eigenlijk wel een klas overslaan,’ was een andere zin, die laatst uit zijn mond rolde.
Rekenen, lezen en vriendjes
Je kind heeft moeite met rekenen en natuurlijk ga je hem helpen. Goed? Nee, nee, nee! Blijf van het rekenboek af, werp het schrift ver weg! Want ouders die hun kind bijstaan bij het rekenonderwijs richten meer kwaad dan goed aan, blijkt uit recent onderzoek. Ze zijn niet bekend met de nieuwe rekenmethoden en laten hun kind in verwarring achter als ze de rekenkennis van dertig jaar geleden willen overbrengen.
‘Het zijn jouw kinderen toch niet?’
Soms struikel ik over de gedachte of mijn stiefkinderen nou wel of niet mijn kinderen zijn. Het zijn óók mijn kinderen is meestal de conclusie en dat is ook zo, omdat ik van ze hou en voor ze zorg. Maar het is duidelijk dat ik daar als stiefmoeder mee worstel, heb geworsteld, zal worstelen. Ik doe dat niet alleen, mijn omgeving doet het ook en zodra iemand er een uitspraak over doet, word ik boos. Omdat mijn stiefmoederschap niet zomaar simpel in een uitspraak te vatten is.
‘Ik vind je nu precies goed’
‘Word ik later echt net zo groot als jij,’ vroeg Kleine Beer.
‘Ja, net zo groot,’ zei zijn moeder. ‘Maar van mij mag je nog wel eventjes klein blijven.’
‘Waarom dan?’ vroeg Kleine Beer.
‘Omdat je niet meer op mijn rug kunt zitten als je groot bent,’ zei Moeder Beer.
Ik wijs de tekeningen aan, terwijl ik Yaël haar eten voer. ‘Kijk, Kleine Beer zit op de rug van Moeder Beer.’ We naderen de ontknoping.
Koekie’s therapie werpt vruchten af
‘Ik zie dat je boos bent’
Nog dit voorjaar noemde de kinderpsycholoog Yaël in een rapport ‘gezeglijk’: Yaël blonk niet uit in dwarsliggen en stout zijn. Maar in het afgelopen halfjaar is daar in sneltreinvaart verandering in gekomen. Yaël heeft een krachtig besef ontwikkeld: ze hoeft het niet eens te zijn met wat er gebeurt. Zij wil ook iets in de melk te brokkelen hebben. Zij wil ook gehoord worden. En gelijk heeft ze.
Koekie krijgt complimenten
De laatste dinsdag van de vakantie had ik de zorg over Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. Ik deed die dag wat hij het leukst vindt: met mij mee naar mijn werk. Naar dat megagebouw van Sanoma in Hoofddorp waar een stuk of 65 tijdschriften worden gemaakt en dat hij beschouwt als een mysterieus kasteel waar hij naar hartelust kan ronddolen.
Onderweg daar naartoe strandden we op Schiphol waar hij hardop alle teksten op borden las. Eenmaal weer in de trein las hij voor mij de teksten die op een brandblusser stonden. Ik was onder de indruk, want tot voor kort blonk hij vooral uit in het etaleren van een gigantische weerzin tegen het lezen van wat dan ook.
Wisselen tussen twee huizen
Mijn stiefzoon heeft ineens een losse kies. Hij komt er min of meer tijdens het eten achter dat zijn kies nu dan toch echt los zit. Hij haalt de kies uit zijn mond en het ding verdwijnt in de portemonnee van mijn man. Mijn stiefzoon is 12 en die kies kan hem gestolen worden. Maar dat is weleens anders geweest.

