Twee weken geleden ging ik naar Fris. Vast oefenen voor het echte uitgaan. Geen drugs, geen alcohol en –sinds 1 juni- geen sigaretten; gewoon Fris.
Om half tien ’s avonds staan we met ons groepje voor de ingang van de Panama. De rij verdwijnt bijna om de hoek van de straat. ‘Weten jullie zeker dat we hier goed staan?’ vraagt het meest verlegen meisje van het stel. ‘Ja. Dat dáár is de rij voor de V.I.P.’s,’ zegt het meisje dat mij heeft uitgenodigd om mee te gaan. Vervolgens is het weer tien minuten stil. Dan vraagt de studiebol van het groepje: ‘Hebben jullie allemaal je kaartje bij je?’ Niemand geeft antwoord. Alle zes staan we ineengekrompen te klappertanden in onze panty’s, op onze pumps. Om ons heen zijn alle andere groepjes bedrijvig bezig elkaar te irriteren en ik maak me zo klein mogelijk – als de dood dat we lastiggevallen zullen worden.
Om tien over tien zijn we eindelijk de deur door en de langs de garderobe – die niet meer problemen opleverde dan anders. Nu begint voor mij het echte werk: wenkbrauwen en mondhoeken omhoog en iedereen -inclusief mezelf- ervan overtuigen dat ik het heel leuk heb. Meteen als we binnenkomen, slaat de zweetdamp me al in het gezicht, maar ik heb te grote zorgen om daar ook maar enige acht op te slaan. Hier komt de grootste beproeving van de hele avond: het dansen. Bij alle meisjes om me heen schudt alles wat los en vast zit, terwijl ik me een stijve hark voel en ongemakkelijk van het ene been op de andere stap –min of meer op het ritme van de muziek. Ik kan mezelf er niet van weerhouden telkens te denken aan de publieke hyve, opgericht door de meest gewilde jongen uit de klas: de mensen-die-niet-kunnen-dansen-en-dus-maar-een-beetje-gay-met-de-rest-meedoen-hyve. Ik heb de hele tijd het gevoel dat de anderen met afkeurende blikken naar me kijken terwijl ik voortstuntel op de muziek.
Ik bedenk me dat waarschijnlijk lang niet al deze meisjes blij waren met mijn deelname aan deze avond. Drie van hen heb ik hiervoor nog nauwelijks gesproken en de vierde beschouw ik ook niet als mijn vriendin. Hierdoor durf ik niet eens meer op te kijken.
Dit gaat zo door totdat ik het na vijf minuten wel zat ben om naar mijn schoenen te staren en toch mijn hoofd opricht. Alsof daarop gewacht werd, verschijnt dan opeens de gestalte van een jochie van ongeveer dertien achter de ordinairste van ons zessen. Handen worden op heupen gelegd, zijn kin op haar schouder en hij sluit zijn ogen: het schuren kan beginnen. De theorie van het schuren is heel eenvoudig: Een jongen gaat achter een meisje staan, duwt zijn kruis tegen haar billen en zo hupsen die twee dan gedurende enkele minuten op en neer, waarna de jongen zijn volgende meid gaat uitzoeken. Over de praktijk van het schuren kan ik helaas niet uitweiden, aangezien iedere jongen die ’s avonds dichter dan een meter achter me komt staan een naaldhak in zijn edele delen krijgt. Alle jongens bij Fris denken hoogstwaarschijnlijk dat ik lesbisch of frigide ben – of allebei, maar dat is helemaal niet zo.
De diva en de jongen zijn nog steeds niet uitgedanst. Ik probeer niet te letten op de mond van de jongen die langzaam open gaat terwijl hij en met meisje steeds harder op en neer gaan en zijn handen steeds meer van haar heupen af, naar voren, glijden. Ik zie dat zijn vrienden meneer schuurder terug hebben gevonden en goedkope, doch goedkeurende gebaren naar diva maken. De twee zijn opgehouden met humpen; diva krijgt nog een paar petsen op haar achterste en daarmee is de hele bezigheid afgerond.
Nog geen vijf minuten later verschijnt alweer de volgende gozer achter diva; klaar om zijn kruis te warmen. Deze vriend is wat kordater en omsluit meteen met zijn handen de – nog nauwelijks voor BH geschikte – borsten van het gul glimlachende meisje. Ik heb geen behoefte om deze schuursessie bewust bij te wonen en wend dus mijn blik af. Maar door mijn laatst waargenomen beelden vang ik slechts nog welwillendere meisjes in mijn blikveld die er helemaal bij zijn gaan bukken. Pure walging maakt zich van mij meester. Ik zie geen andere uitweg dan mijn blik opnieuw op de grond te richten, terwijl ik stram en stijf van links naar rechts hel, bij wijze van dans.
Als ik het erop waag en opkijk, is er geen spoor meer van de borstengraaier te bekennen en durf ik weer rustig adem te halen. Ik merk wel dat ik steeds meer moeite moet doen om bij het gezelschap van meisjes te blijven horen. Hun kringetje wil heel graag dicht gaan met mij erbuiten. Krampachtig probeer ik mijn heupen tussen die van het verlegen meisje en de studiebol te wringen. Ik staak deze praktijk echter als zich een hoofd op de schouder van mijn vriendin nestelt en er twee handen om haar heupen glijden.
Nu worden echter hevig afwijzende gebaren gemaakt door ons gezelschap. Mijn vriendin wordt aan haar mouw met het groepje mee een stuk naar achteren getrokken en daar sluit de kring zich weer. Met mij erbuiten. Ik ga dicht achter de meisjes staan in de hoop dat ze uiteen zullen wijken, maar dit gebeurt niet. Mijn vriendin ziet me stilstaan, maar merkt blijkbaar niet dat ik, letterlijk en figuurlijk, buiten de groep val. Ze strekt uit, pakt mijn arm en maakt er slingerbewegingen mee, als synoniem voor: ‘Kom op, doe mee, ga dansen!’ Ik probeer haar subtiel te gebaren dat ze met z’n vijven een barricade vormen waar ik met geen mogelijkheid doorheen kan breken. Als echter de andere meisjes ook opkijken, met een blik in hun ogen, waar ik bijna letterlijk de woorden: ‘Ja, wat nou? Had je wat?’ in lees, pas ik mijn gebaren iets aan. ‘Ik kan niet dansen,’ geef ik ter verklaring voor mijn preutse gedrag. ´Wat doe je hier dan?´ vraagt de pittigste van het stel. Tja, goede vraag: wat doe ik eigenlijk hier?
Na nog twee volle uren dansen en het gebruikelijke uurtje in de rij voor de garderobe, verdelen we ons over de auto’s van de twee ophaalouders. We rijden, nog vol van ons avondje stappen, terug over de Prins Hendrikkade. ‘Wat deed die ene knappe jongen aan het begin van de avond nou eigenlijk na het schuren bij je?’ vraagt mijn vriendin aan diva, met wie ik onfortuinlijk in de auto ben beland. ‘Hij spankte me,’ antwoordt diva dromerig, om vervolgens in een zwijgend gemijmer weg te zakken.
Madelief Wijdeveld (14),
Woont in Amsterdam als dochter van twee jonge ouders en grote zus van Emma (3), Hannah (5) en Roos (12). Zit (bijna) in de vierde klas van het Montessori Lyceum Amsterdam en heeft dus volop ervaring met kinderen. Vindt dat ouders recht hebben op een globaal overzicht van wat hun puber uitvoert in zo’n klaslokaal en daarbuiten.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
