Wietse brengt zijn gezicht dichter naar het plattegrondje dat ik hem voorhoud als hij het lokaal binnenkomt. ‘Je nieuwe plek.’ Hij kan het niet lezen, want zijn haar hangt voor zijn gezicht. Hij steekt zijn neus tussen het haar door, tilt uiteindelijk een haarlok op en vindt zijn naam op de plattegrond. ‘Ja, jezus kut,’ zegt hij.
Wietse is een skater. Zijn outfit is zorgvuldig gestyled: grote gympen, een nog grotere spijkerbroek, handschoenen zonder vingers, maar met een zakje erop. In de stof van zijn rugzak heeft Wietse een grote snee gemaakt, daarin hangt het onmisbare skateboard. En sinds kort heeft hij iets nieuws: Dwarsheid.
Gisterochtend stampte Wietse door de gang, vanachter zijn haargordijn luidkeels aankondigend dat hij ‘die lul van wiskunde ging aanklagen’. Navraag leerde dat de lul van wiskunde hem namelijk na de les even had ‘vastgehouden’ voor een goed gesprek, zodat hij daarna te laat was geweest voor zijn volgende les. ‘Dat pik ik dus niet.’ Om half vijf ’s middags kwam ik hem nog eens tegen, nu verveeld tegen de cola-automaat leunend. Wat hij zo laat nog op school deed? Hij had corvee, omdat hij er bij Engels uitgestuurd was. ‘Maar ik ga niet vegen. Ik heb namelijk niks gedaan.’
Inmiddels heeft Wietse zijn rugzak op zijn nieuwe tafeltje gedreund en is er met zijn hoofd op gaan liggen. Als de klas al tien minuten aan het werk is, en hij nog steeds voorover op de tas ligt, loop ik naar hem toe. ‘Wietse, zou je niet aan de opdracht beginnen?’ Er komt een knor uit de rugzak. ‘Doe ik thuis wel.’
Ik kijk Esther aan, Wietses nieuwe buurvrouw. Die haalt haar schouders op. Ik denk even na. ‘Wietse, heb je een puberteitscrisis?’
‘Een wat..?’ klinkt het uit de rugzak.
‘Een puberteitscrisis. Een ik-wil-niks-dus-ik-doe-niks-crisis.’
Nu draait het hoofd van Wietse opzij, en door het haar heen kijkt hij me aan. ‘Hm,’ zegt hij, ‘ja, dat lijkt me wel.’
Esther lacht en ik zeg: ‘Goed, dan stel ik voor dat je de opdracht thuis maakt. Maar dan kun je nu wel een gedicht over je puberteitscrisis schrijven.’
Het hoofd komt omhoog. ‘Een songtekst,’ zegt Wietse.
‘Oké,’ vind ik.
Terwijl ik met de klas de opdracht bespreek, zit Wietse te luchtdrummen. Dan schuift hij zijn rugzak van tafel en gaat druk zitten schrijven. Als ik de klas een half uur later laat gaan, is hij nog bezig. ‘Wietse, ‘t is pauze. Je mag weg.’
‘Ja, één regel nog. Wacht. Alsjeblieft.’ Hij duwt me het papier in de hand. ‘Het is een beetje een screamerig lied,’ licht hij toe.
Ik knik maar. Hij wijst naar de notenbalk boven aan het blad. ‘En ik wist niet in welke sleutel ik de drumlijn moest schrijven. Maar het gaat zo.’ Hij beatboxt me een ritme voor. Ik knik weer. Ik buig me over het blad. Zes coupletten, op rijm.
En een refrein:
I’m in my puberty crisis
And it feels like a chain
I’m in my puberty crisis
Wenn will I be free again
WENN THE HACK WILL I BE FREE AGAIN?!?
Wietse staat al bij de deur. Hij zwiept zijn tas over zijn schouder, roept ‘hoi!’ en draaft de gang op.
Maria Leuk
Maria Leuk (1984) is docente Duits, na de zomervakantie verruilde ze een zwarte scholengemeenschap voor een wit gymnasium in Amsterdam.
Website: www.marialeuk.nl
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
