Zoon wil in februari aan het hbo gaan studeren: accountancy. Dat lijkt ons een goed idee. Al was het maar omdat hij dan van de straat is en een vol programma heeft. Met de sportschool en zijn avondbaan als pizzakoerier blijft er dan weinig tijd over om ´s nachts rond te hangen en te veel te drinken en te blowen.
Zijn schoolcarrière tot nu toe verliep niet vlekkeloos. Zo was er de Montessorischool waar hij in groep 3 niet leerde lezen. De juf was streng in de leer en eiste dat hij zelf dagelijks aan haar een nieuw werkje kwam vragen. Vragen – daar hield Zoon niet van. Dus deed hij eindeloos niets, want hij had niets te doen. Juf zei dat daar vanzelf een einde aan zou komen: uiteindelijk kwam hij haar echt wel om werk vragen. Maar zoon won. Wij konden het niet aanzien en haalden hem na groep 3 van school.
De Daltonbasisschool die volgde, ging een stuk beter. Dat was vooral te danken aan een heel lieve juf die hem opving in groep 4. Een juf die de klas niet zo goed aankon, maar wel wist hoe ze Zoon moest aanpakken. Precies de juiste dosis van duidelijke instructie, niet veel praten, vriendelijkheid en geduld. Vele jaren later kwamen we haar tegen op de havo voor speciaal onderwijs waar Zoon belandde. Ze had zelf ook zo´n zoon.
Op deze basisschool beleefde Zoon zijn beste jaren. De vrienden van toen zijn er nog steeds. Ze speelden buiten oorlogje, gingen vissen met opa Piet en aten ´s middags warm bij de moeder van Michel. Op school stonden de taken voor de hele week altijd op dezelfde plek op het bord en Zoon voerde die braaf uit. Eigenlijk was de bedoeling dat de leerlingen zelf hun tijd indeelden en de taken planden per week. Zoon werkte gewoon van boven naar beneden de lijst af, en hield dan nog tijd over. Ieder jaar dezelfde klasgenoten, dezelfde feesten en rituelen en elke ochtend begroette de directeur de leerlingen aan de deur. Een tikje saai misschien, maar Zoon floreerde.
De eerste middelbare school werd een ramp. Te veel drukte in de klas. Zoon deed zijn huiswerk maar half, omdat hij in het klassetumult niet opving wat het huiswerk was. Zijn agenda gooide hij toen gewoon weg, dan hoefde hij het huiswerk niet meer op te schrijven. Hij kon maar niet onthouden welke boeken op welke dag mee moesten naar school, en welk schrift bij welk vak hoorde. Aanvankelijk haalde hij toch nog goede cijfers, maar naarmate de hoeveelheid leerstof toenam, raakte Zoon de weg kwijt. Hij leerde namelijk alles uit zijn hoofd. Hoofd- en bijzaken kende hij niet. Zo werd het voor hem steeds meer en moeilijker.
In de tweede ging het niet meer. Zijn cijfers en motivatie kelderden en Zoon trok zich terug. In de klas zat hij met meerdere capuchons over zijn hoofd omdat het lawaai hem te veel was. Leraren begrepen dat niet en eisten dat die afgingen. De conciërge belde ons regelmatig. Dan stond Zoon weer onder schooltijd voor school te blowen. Dertien was hij toen. Op school was hij heel timide, thuis was hij heel erg boos. Alle contact ging hij uit de weg. Toen een bezorgde gymleraar toch doorvroeg, sloeg Zoon door en schold hij de leraar enorm uit. De leraar schrok, werd niet boos maar constateerde dat hij zich terecht zorgen maakte. Zo kwamen we terecht in de GGZ-molen waar de diagnose pdd-nos uitrolde. Autisme. Een officieel label, toegangskaartje voor het speciaal onderwijs.
Ilse
Ilse beschrijft hoe haar zoon van 17 in aanraking komt met politie en justitie, en hoe dat verder gaat. Ilse woont samen en heeft een zoon en twee dochters.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.