Vrijdagavond liepen we om tien over half elf de Amsterdamse Stadsschouwburg uit. Mijn schoonmoeder, mijn vrouw, onze 8-jarige pleegzoon en ik. We hadden, inclusief pauze, ruim drie uur genoten van het spektakel Snorro – De gemaskerde held. Ik had me behalve met Snorro ook geamuseerd met Koekie die in opperste fascinatie had gekeken. Wat een geweldig kind, dacht ik.
De volgende dag vroeg ik me af of we hem niet te vol stopten met van alles en nog wat. Hij kwam uit een crisispleeggezin waar hij een van de velen was (en waar ze nauwelijks in staat waren hem persoonlijke aandacht te geven). En nu had hij alle aandacht van twee volwassenen die niets ontging. Hij moest vroeg opstaan, vroeg naar bed (de late Snorro-avond was een uitzondering), netjes eten, beleefd zijn tegen iedereen, presteren op school, et cetera, et cetera. Altijd wat.
De eerste weken dat hij bij ons woonde, bleek dat hij dol was op muziek. Natuurlijk maakten wij onmiddellijk misbruik van die interesse en schreven hem in voor een oriënterende muziekcursus van acht maanden. Als vrijdag zijn school om drie uur uit is, transporteert mijn vrouw hem naar de muziekschool, waar hij na de piano en de harp nu van meester Frans de basisbeginselen van de trompet krijgt bijgebracht. Omdat zijn muziekhonger daarmee niet gestild was, zocht mijn vrouw contact met pianolerares Jeannette. Na een kennismaking, waarin Koekie haar overtuigde van zijn talent en zijn goede bedoelingen, gaat hij nu iedere dinsdag om half zes naar haar toe voor privé-les.
Mijn vrouw had me wat maanden eerder al duidelijk gemaakt dat het werkelijk onverantwoord was dat hij niet aan sport deed. De wekelijkse lange fietstocht met mij was in haar ogen ruim onvoldoende om zijn overtollige energie kwijt te raken, zoals ook de dinsdagochtend zwemles en het incidentele zondagbezoek aan het zwembad in haar ogen niet de naam ‘sport’ mocht dragen.
Dus ging ik met hem naar een proefles karate. Vond hij zelf leuk, maar hij was volgens de juf veel te speels. Met hem erbij kwam geen enkel kind nog aan karate toe.
Vervolgens ging ik met hem naar judo. Binnen de kortste keren waren we hem kwijt, verdwenen ergens in het gebouw. Judo vond hij, kortom, niks.
Ik heb met hem gebadmintond in het park. Ook niet zijn ding. Voetbal? Nou nee, geen aanleg en geen interesse.
Toen de wanhoop hoog werd, en de druk van mijn vrouw op mij om eindelijk eens een sport voor hem te vinden onmenselijke vormen aannam, kwam de redding uit onverwachte hoek. De baas van mijn vrouw was betrokken bij een honkbalclub. Op een winterse zondagmorgen trokken we naar een gymzaal waar de honkballertjes trainden onder leiding van Pauline. Nou, Pauline was geweldig en Koekie was voor zijn doen anderhalf uur lang zeer geconcentreerd. Hij vond het leuk en zei de volgende dag op school dat hij op honkbal zat. Er viel een last van mijn schouders. En nu, een week of zeven later, vindt hij de zondagse training nog steeds een feest.
Toen ik hem laatst ophaalde van een logeerweekend bij zijn moeder, zei die: ‘Hij heeft het wel druk hè?’
‘Jazeker,’ zei ik. Want behalve honkbal, muziekles, pianoles, fietsen en zwemmen, moet hij ook nog regelmatig lezen met mijn schoonmoeder, schaatste hij met dinsdagoppas Boris, logeert hij regelmatig bij mijn stiefdochter Rosa (‘mijn zus’ noemt hij haar) en gaan we als het even kan iedere drie weken een keer naar de film.
‘Vind jij dat je te veel dingen moet doen van ons?’ vroeg ik hem onlangs.
‘Nee,’ zei hij met ogen die hongerig vroegen of we misschien nog een stuk of vijf andere interessante activiteiten voor hem konden bedenken.
Frans Lomans
Lomans (54, hoofdredacteur van Panorama, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (50, artdirector van J/M en moeder van de 24-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
