‘Je bent een bus,’ zegt collega Sep tegen me.
Ik ben een bus.
‘Ja, een buzz, ze praten allemaal over je.’
Ah. Toen ik een uur eerder Seps les binnengelopen was, was hij net bezig om met een vierde klas mijn blog te lezen, vanaf het vreselijk grote beamer-scherm. ‘Ze wilden weten of het niet verboden was, dat je over ze schrijft.’ Nu komt ook David erbij zitten. ‘Hé joh, schrijf jij een blog? Ik had net 4E, je bent de talk of the town. Maar ze zijn wel boos. Wist je dat? Dat ze boos zijn?’
Nee, dat wist ik nog niet. Wel had ik gemerkt dat de leerlingen van mijn kleine school vandaag praten over mijn blog. Sommigen wisten allang van het bestaan daarvan, maar vandaag gonst het ineens door de gangen. Er wordt gesmiespeld achter mijn rug als ik door de aula loop. En als ik twee vechtende jongetjes op hun gedrag aanspreek, staat een groepje vijfdeklassers er breed naast te lachen: ‘Ja, zij kan het weten, zij schrijft namelijk voor een Opvoedblad.’
Bij de thee meldt de mediathecaresse dat ze opgevangen heeft dat leerlingen van plan zijn mijn ‘les te kapen’. Het gerucht over het blog was volgens haar niet zo goed gevallen, vooral in klas 4E. Ik bedenk me dat ik morgen 4E heb en vraag me af wat ‘niet zo goed gevallen’ betekent.
Vol verwachting, maar – toegegeven – toch ook met licht trillende knieën, wandel ik de volgende dag met mijn koffiekopje naar het lokaal van 4E, benieuwd naar de scène die volgen zal. Ik heb een lekker lange invuloefening bij me voor het geval er trammelant van komt. Bij de deur probeer ik, natuurlijk zonder succes, iets van de gezichten af te lezen. Rustig gaat iedereen zitten. Netjes noteert iedereen de afspraken in zijn agenda. Meegaand knikt iedereen als ik de opdracht voor vandaag toelicht. Boeken gaan open, er wordt gewerkt of op zachte toon gekletst. Verder niets.
Na vijf minuten houd ik het niet meer. ‘Dus gisteren maakten jullie grote ophef over een blog dat ik schrijf,’ zeg ik half hardop tegen Mart, die vooraan zit, ‘en vandaag doen jullie alsof er niets aan de hand is?’
Mart, die graag herrie schopt en bovendien onlangs onderwerp van een blog was, kijkt een beetje schaapachtig op van zijn papier. ‘Ach,’ zegt hij, ‘ik sta er indifferent tegenover.’
Daar moet ik even over nadenken. Nu meldt Iza zich ook: ‘Ik vind het niet erg, juist wel grappig.’ Cytra zegt dat ze het stom vindt. ‘Ik zou niet gebruikt willen worden als onderwerp voor een stuk. Net alsof je over ons oordeelt, terwijl je ons helemaal niet kent.’ Een paar anderen knikken instemmend. ‘Ik bedoel, dat je doet alsof je ons doorgrondt. En dat nog wel voor een ópvoedblad.’ Ze kijkt er heel vies bij. Weer knikken anderen en Cytra doet een opvoedblad na ‘Mijn dochter is verliefd, o jee, wat nu?!’ Er wordt wat gelachen.
Dan is er achter in het lokaal gedoe, iets over een vervalste ID-kaart. En ik moet een groepje meiden aan het werk zetten, dat vooral bezig is met de laatste roddels over de schoolpsycholoog.
Als het weer rustig is, kijk ik om me heen. Ik geloof niet dat ik vandaag nog een bus ben. En ik geloof ook niet dat ik leerlingen doorgrond.
Maria Leuk
Maria Leuk (1984) is docente Duits, na de zomervakantie verruilde ze een zwarte scholengemeenschap voor een wit gymnasium in Amsterdam.
Website: www.marialeuk.nl
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
