Opvoedervaringen uit de praktijk
Koekie blijft bij ons en raakt de kluts kwijt
We wisten dat de Koekie-zaak in februari voor de rechter zou komen, maar op welke dag precies was ons niet meegedeeld. We waren geen partij in dezen; wij zouden niet gehoord worden en onze 8-jarige pleegzoon ook niet. De voogd had waarschijnlijk zoiets van: laat ik de exacte datum maar niet zeggen, want dan maken ze zich alleen maar ongerust.
Het kwam dan ook als een verrassing toen mijn vrouw 1 februari op het einde van de middag een mail kreeg. De rechter had die dag uitspraak gedaan.
Koekie gaat niet terug naar zijn moeder, zo besliste de rechter. Hij blijft ook de komende 12 maanden bij ons wonen. Natuurlijk was dat reden voor grote blijdschap, want niet alleen denken mijn vrouw en ik dat het buitengewoon goed gaat met Koekie, we beleven ook veel plezier aan hem en kunnen ons nog maar moeilijk een leven zonder hem voorstellen.
We hadden Koekie al een tijd geleden op de hoogte gebracht van de naderende rechtszaak. Daar reageerde hij op zijn kenmerkende manier heel onverschillig op. Zal wel, ik merk wel wanneer het zover is en dan zie ik wel wat er gebeurt. Zoiets. De logische reactie van een kind waar al zoveel mee gesold is, dat hij door schade en schande wel geleerd heeft geen hoge verwachtingen meer te hebben van het leven en de mensen. Hij was vroeger graag bij zijn moeder, daar werd hij weggehaald. Hij was graag bij een van zijn eerste pleegmoeders, daar werd hij weggehaald. Hij is graag bij ons, dus de kans dat-ie daar ook weggehaald zou worden was groot.
Nu riepen we hem aan tafel en deelden hem de uitkomst mee. Hij was opgelucht en blij. Maar een half uur later begonnen er veel en grote tranen over zijn wangen te stromen.
‘Wat is er Koekie?’ vroeg ik, terwijl ik natuurlijk best wist wat er aan de hand was. Ik zag de verwarring in zijn ogen.
‘Ik wil ook bij mamma wonen,’ zei hij met zijn kleinste stem tussen het huilen door. Ik wil hier niet te veel de amateurpsycholoog uithangen, maar ik zag hoe de gedachten in zijn hoofd over elkaar heen aan het tuimelen waren. Hij was blij dat hij bij ons bleef, maar die blijdschap was ook een verraad aan zijn moeder, de vrouw van wie hij toch het meeste hield. Het was een te groot dilemma voor een kinderhoofd.
Die avond toen we hem in bed legden, was hij weer een kleuter. Hij klemde zijn armpjes om zijn pluche nijlpaard, waarvan hij zelf vindt dat het een beer is en die hij de naam Corrie heeft gegeven.
De volgende dag vroeg hij: ‘Mag mijn moeder naar mijn kamer komen kijken?’ Want in zijn onnavolgbare kinderlijke creativiteit was hij erin geslaagd het dilemma op te lossen: moeder moest gewoon heel vaak komen logeren bij ons, of nog beter: gewoon bij ons komen wonen.
We legden Koekie uit waarom dat onmogelijk was.
‘Ja, dan weet ik het ook niet,’ zag je hem denken. Hij had een oplossing aangedragen en als dat niet opgepikt werd, dan stond hij verder machteloos. In ieder geval hoefde hij zich nu verder niet meer schuldig te voelen.
Het leven kon weer doorgaan.
Frans Lomans
Lomans (54, hoofdredacteur van Panorama, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (51, artdirector van J/M en moeder van de 25-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
| Print artikel | Dit bericht is gepost door jmouders op 8 February 2010 om 15:04 uur en is gearchiveerd onder Pleegouderblog - Frans Lomans. Volg reacties op dit bericht via RSS 2.0. Je kunt een reactie achterlaten of trackback van je eigen site. |

ongeveer 6 maanden geleden
Fijn!
ongeveer 6 maanden geleden
Ik wilde toch even reageren op dit stukje.
Weten jullie als pleegouders wel echt wat er in zo’n kinderhoofdje omgaat?
Als ik dit zo lees, vind ik dit wel heel pijnlijk.
Het leven gaat niet verder voor Koekie, het leven is voor hem dus heel somber, ook al vindt hij het fijn om bij jullie te blijven, want weer naar het zoveelste pleeggezin gaan is ook niet fijn.
Maar hij wil nog altijd bij zijn moeder wonen en begrijpt niet waarom als ik dit zo lees.
Jullie schrijven dat het leven gewoon weer verder gaat, voor jullie wel, maar hij blijft in onzekerheid.
En dit zeg ik uit ervaring, ik weet hoe het voelt om niet te begrijpen waarom je niet terug naar mama mag en waarom je er ineens weggehaald bent.
Dus het leven stopt zo ongeveer voor hem, het normale leven dan.
Ik weet de reden van uithuisplaatsing niet, maar ik weet dat er ook veel kinderen onnodig te lang uit huis geplaatst worden.
Het maakt een kind kapot als er niet duidelijk uitgelegd wordt waarom.
Ook volwassenen die dit lezen en zelf pleegkind zijn geweest voelen de pijn weer even heel hard na zo’n stuk als dit gelezen te hebben.
Ik zou zeggen, kijk uit met wat je schrijft.
ongeveer 6 maanden geleden
Ik vind het wel een leuk en mooi verhaal. het beschrijft op speelse wijze problematiek voor pleegouders en pleegkind. En daardoor weer andacht voor systeem met te weinig pleegouders ed. Het is vast niet de bedoeling geweest van schrijver iemand te kwetsen!
ongeveer 6 maanden geleden
Ik vind het ook goed beschreven, ons pleegkind is dezelfde leeftijd en woont ongeveer even lang bij ons. Ook zij zoekt soms oplossingen voor de “grote mensen problemen”, inderdaad niet om het op te willen lossen, maar om mee te denken.
Ik denk dat de meeste pleegkinderen die al op vele plaatsen hebben gewoond het leven van dag tot dag gaan beleven en dat het stuk onrust nooit helemaal weg zal gaan…
Ook al weet je als kind waarom je niet meer thuis woont, verstand en gevoel blijven toch 2 hele verschillende dingen….
ongeveer 6 maanden geleden
Ik vind dat de schrijver op een luchtige en mooie manier de enorme problemen van (pleeg)kinderen en (pleeg)ouders onder de aandacht brengt. Het gesleep met de kinderen en de onzekerheid die dat met zich meebrengt. De onvoorwaardelijke liefde voor de biologische ouder(s) en de daar uit voortkomende (voor kinderen veel te grote) dilemma’s. En dat Koekie gelukkig ook gewoon een kind is die zijn problemen met kinderlijke logica bestrijdt.
Natuurlijk weet de schrijver ook wel dat het hiermee niet klaar is en dat dit dilemma op een ander moment weer opspeelt. Hij beschrijft alleen dat kinderen, veel meer dan volwassenen, van dag tot dag leven en hun problemen op kinderlijke wijze kunnen relativeren.