In de derde van de middelbare school ging Zoon naar het speciaal onderwijs: havo/vwo voor kinderen met een autisme spectrumstoornis. Onbekend met het speciaal onderwijs vroegen we ons af of Zoon zich wel thuis zou voelen tussen deze leerlingen, van wie sommigen er een stuk slechter aan toe leken dan hij.
Daar hadden we onze Zoon niet goed ingeschat. Voor hem is iedereen die anders denkt dan hij gek, en dat accepteert hij moeiteloos. Hij is immers omringd door mensen die hij gek vindt, zijn eigen familie voorop. Zijn nieuwe klasgenoten waren beslist niet gekker dan wij.
De school was een verademing. Zeven kinderen in de klas en ze hadden een eigen lokaal. Iedereen had zijn eigen werkplek en alle boeken en schriften bleven op school. De leraren kwamen om de beurt hun les geven en aan het einde van de dag bekeek een mentor met de leerlingen of ze nog huiswerk hadden. Zoon werkte hard en zorgde dat zijn huiswerk altijd al op school af was. Op school werkte je aan school, en thuis had je vrij, zo hoorde het volgens hem.
Nogal wat kinderen hadden ook nog andere gedragsstoornissen en het was vaak chaotisch in zijn klas. Lang niet alle stof die in een leerjaar behandeld zou moeten worden, kwam aan bod. Maar Zoon was tevreden en vertelde zelfs af en toe weer iets. Zo was er zijn klasgenoot die niet wilde praten. In de lessen Duits werd geoefend voor het mondeling examen. Iedere les kreeg deze jongen toch een beurt en sprak hij slechts één zin tegen de leraar: ‘Du bist ein Schweinhund.’ Dat ging maanden door en ik heb grote bewondering voor de leraar die het toch bleef proberen.
Zoon houdt wel van vaste tijden. Hij had er moeite mee dat de school om half negen begon en dat dan werd getolereerd dat de meeste klasgenoten een kwartiertje later kwamen. Daar vond hij zelf een oplossing voor. Onderweg naar school nam hij de Metro en de Spits mee. In de klas las hij eerst zijn krantjes. Als die uit waren, begon de les. In het eindexamenjaar probeerden de leraren de boel strakker in de hand te houden en om half negen te beginnen. Daar had Zoon toen geen boodschap aan. Hij las eerst de krant, en dan begon de les.
Op havo/vwo niveau kun je in het speciaal onderwijs alleen staatsexamens doen. Om de examendruk te spreiden doen veel leerlingen al in de vierde examen in een aantal vakken. Voor de vier kleinste vakken (van de tien) deed Zoon in de vierde al havo-examen. Bij staatsexamens moet je voor elk vak naast het centraal schriftelijk examen ook een mondeling examen doen. Voor Zoon was mondeling Duits wel een probleem. Zijn Duits was niet bepaald vloeiend, en praten met een commissie is voor elke jongere met autisme een bezoeking. Toen de stress over dit examen bij Zoon toenam, hebben we zes weken lang elke dag geoefend met de standaardzinnetjes die aan bod zouden kunnen komen, over familie, vakantie, hobby´s en werk. Dat moesten volgens Zoon vooral zinnen zijn die niet zouden leiden tot verdere vragen. Daarom oefenden we allerlei zinnetjes die niet waar waren, maar volgens hem geschikt. Hoewel hij thuis vooral games speelt verzekerde hij de commissie: ‘Ich spiele Fussbal mit meine Freunde im Park.’ Hij haalde het examen.
Een jaar later liep de stress nog veel hoger op. Zes grote vakken betekenden ook zes werkstukken en een overkoepelend profielwerkstuk, en die moesten allemaal tegelijk worden ingeleverd. Pas daarna had hij ruimte in zijn hoofd om te studeren voor de centrale examens. Daar was wel hulp bij nodig, want niet alle stof was in de les behandeld.
Hij had nog drie weken tot aan die examens en maakte een schema: zeven uur per dag studeren. Ondertussen was het meivakantie en gingen wij naar Frankrijk. De eerste dag kreeg ik een paniekerig telefoontje: hij kon vandaag niet zeven uur achter elkaar leren, het was hem te veel. Zoon ging uit met vrienden en schreef op het schema voor de volgende dag twee uur erbij. De dag daarna een heel paniekerig telefoontje: negen uur studeren bleek nog minder te doen en nu lag hij drie uur achter. Voor de volgende dag stond er nu tien uur en hoe moest dat zo verder drie weken lang?
Vanuit Parijs verklaarden wij zijn schema onwerkbaar. Later bedachten we samen een nieuw schema, waarbij hij deed wat hij kon en afstreepte wat af was. Hij worstelde zich door de stof heen, en vertrok tegelijk met zijn zus, die eindexamen gymnasium deed, naar zijn eerste examen. Toen deze ronde achter de rug was, moest hij nog steeds studeren, want eind juni waren de mondelinge examens… We leden alle vijf mee en de sfeer was te snijden.
De dag voor de examenuitreiking werden we al vroeg gebeld. Zoon (toen 16) had het havo-examen gehaald met goede cijfers. Daar had niemand meer op gerekend. Wij pinkten een traantje weg en waren nog blijer dan toen we zelf waren geslaagd. Dolgelukkig gingen we naar zijn kamer. Zoon sliep nog. Hij hoorde het nieuws aan en stak een vuist in de lucht. Toen draaide hij zich om en sliep verder.
Ilse
Ilse beschrijft hoe haar zoon van 17 in aanraking komt met politie en justitie, en hoe dat verder gaat. Ilse woont samen en heeft een zoon en twee dochters.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad dat zich richt op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
