Na zes maanden rondhangen moest Zoon aan het begin van het eerste semester over naar een normaal ritme. Zuchtend maar trouw ging hij elke dag naar school en probeerde hij bij thuiskomst de stof door te nemen. De meeste dagen verliepen redelijk, al zat hij ´s avonds vaak aan zijn tax. Voor een school vond hij het nog relatief interessant. Aan zijn gespreksstof bij het eten merkten we welke onderwerpen hem interesseerden: businessplannen, de vier p´s van marketing en de rechtsvorm van een onderneming.
Ondertussen raakte hij af en toe de weg kwijt in de belabberde organisatie van het hbo. Sommige docenten mailden een lesprogramma en overzicht van tentamenstof. Anderen zetten dat op het intranet, verstopt in een brij van meer dan honderd mapjes met obscure namen. Weer anderen hadden het keurig vooraf in de studiegids laten opnemen – dat was de bedoeling. Eén docent las het voor tijdens de les. Zonder overzicht van de stof wordt Zoon zenuwachtig.
De speciale begeleiding was er niet gekomen, die deden we dan maar zelf. Af en toe scande ik alle mogelijke bronnen op studie-informatie en lesoverzichten die Zoon gemist kon hebben en printte dat uit. Dat ging dan in de ordner – voor elk vak één. Samen met de informatie die was uitgedeeld en ik op tafel vond. Soms zaten er collegeaantekeningen in zijn blok, die gingen er dan bij. Ik geloof niet dat hij dat gemerkt heeft.
Naarmate de tentamens naderden raakte hij gestresster. Voor Engels en Nederlands vroeg hij om hulp en planden we eigen lesuurtjes. De regel bij Nederlands dat je ‘doordat’ gebruikt bij een objectief noodzakelijke oorzaak en ‘omdat’ bij de lichtere gevallen waar het meer om de wil gaat, wilde er bij hem niet in. Bij ieder voorbeeld raakten we verstrikt in een discussie over de objectiviteit van die oorzaak. Het woud van regels wanneer je een tussen-n gebruikt en wanneer niet (Koninginnedag en koninginnensoep) dreef hem ook tot wanhoop. Uiteindelijk maakte ik voor hem een eigen set regels om consequent toe te passen. De rest moest hij dan maar vergeten.
De hardere vakken gingen hem beter af en bestudeerde hij zelfstandig. Hij wilde per se een whiteboard op zijn kamer en maakte daar een lijst op met wat hij nog moest leren. Langzaam verschenen daar kruisjes die aangaven wat hij al had gedaan.
In week acht ging het dan echt gebeuren. Stress. Bij elk tentamen waren er dingen die hij niet wist, dus hij was niet positief gestemd. Maar wel opgelucht dat hij eindelijk daarna een paar dagen vrij had.
Daarna druppelden de tentamenresultaten binnen. Wij werden steeds blijer. Allemaal gehaald! Geweldig! Zoon temperde onze blijdschap direct: ‘Dit is nog niks, hè. Ik heb nu pas 1/16 van de studie achter de rug.’
Ilse
Ilse beschrijft hoe haar zoon van 17 in aanraking komt met politie en justitie, en hoe dat verder gaat. Ilse woont samen en heeft een zoon en twee dochters.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
