De familietherapie loopt ten einde. Gelukkig. Veel leverde dat niet op, hooguit het besef dat Zoon en wij het goed hebben samen en dat een buitenstaander daar weinig in kan betekenen.
De wachttijden in de gezondheidszorg zijn bekend. Toen de therapeut eindelijk aantrad was de ergste crisis dan ook al bezworen. De rechtszaak was achter de rug. Wij hadden afspraken met Zoon over zijn dagindeling en het belangrijkste: hij had zelf besloten zijn leven een andere wending te geven door een hbo-studie te gaan volgen.
Ondertussen ging de therapie toch van start en peuterde de therapeut wat aan hoe wij ons voelden en met elkaar omgingen. Een lijn of een doel zat er niet in. De hulpverlenerstaal en haar intuïtieve (lees: chaotische) aanpak hielpen ook al niet. Wij waren het met Zoon eens dat dit weinig zin had, maar de rechter had het zo besloten dus we gingen door.
Natuurlijk zijn er grote problemen voor Zoon. Zijn voorkeur voor criminele vrienden. Zijn boosheid en moeite om de dag door te komen. Het blowen als een vorm van zelfmedicatie in de hand houden. Zijn weg vinden in een maatschappij waar hij moeilijk in past. Er valt een hoop te doen. Zoon heeft echter besloten dat allemaal zelf te doen, en aan een besluit van hem valt niet te tornen. We zijn al blij als hij toelaat dat wíj hem helpen, laat staan dat hij de hulp van een therapeut zou accepteren. Onze rol blijft beperkt tot op de goede momenten onze verstandige mening geven, een liefdevolle basis bieden en altijd bereid zijn tot hulp, bijvoorbeeld met zijn opleiding.
Net nu we de therapie afbouwen duikt ineens een nieuwe jeugdreclasseerder op. Hij wil Zoon leren kennen en zit bij de therapiesessie. We keuvelen wat over onze hulp met het schoolwerk, over dat Zoon en ik elkaars irritatie haarfijn aanvoelen en dat dat meestal slecht afloopt. We bespreken dat Pieter beter overweg kan met Zoons boosheid en liefdevol terugscheldt als Zoon boos is. Al houdt Zoon niet van praten, áls hij praat is geen enkel onderwerp voor hem taboe. Een dergelijk gesprek is niets bijzonders bij ons in huis. De reclasseerder zegt: ‘Ik zit te luisteren en ben echt onder de indruk. Ik zie dat jullie heel hard gewerkt hebben de afgelopen tijd.’
Dat belooft niet veel goeds. Voor dat soort taal hebben we inmiddels alle drie een allergie opgebouwd. Helaas stelt hij voor om elke paar weken langs te komen om te horen hoe het gaat. Hij is benieuwd naar het gezin, naar school en naar hobby´s. Zo wordt de familietherapie vervangen door reclasseringsgesprekken. Na afloop verzucht Pieter over de hulpverlening: eerst kom je er niet in, maar daarna kom je er nooit meer af.
Ilse
Ilse beschrijft hoe haar zoon van 17 in aanraking komt met politie en justitie, en hoe dat verder gaat. Ilse woont samen en heeft een zoon en twee dochters.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
