Even een rare gedachte vooraf. Stel dat mijn vrouw en ik de twee slechtste opvoeders van Nederland en omstreken waren, zou iemand daar dan achterkomen? Zouden we eigenlijk niet wat regelmatiger gecontroleerd moeten worden? Zou er niet maandelijks een gesprek moeten plaatsvinden met Koekie, onze 9-jarige pleegzoon die nu ruim een jaar bij ons is, om te kijken of het een beetje goed gaat met hem?
Op dinsdag kwam Wim, onze pleegzorgbegeleider, op bezoek. Het was een goed gesprek. Wij konden wat stoom afblazen. Want op praktisch gebied voelen we ons soms een beetje in de steek gelaten. Is Koekie wel WA verzekerd, kunnen we hem echt niet bij een psycholoog onderbrengen zolang we hem niet permanent toegewezen gekregen hebben? En nu we gezamenlijk hebben besloten dat bezoek aan moeder, als hij daar ook blijft logeren, hem uit zijn evenwicht brengt, is er dan echt niets anders mogelijk?
‘Wat verwachten jullie van mij?’ vroeg Wim ons.
‘Hulp bij praktische zaken,’ zei mijn vrouw.
‘Iedere twee maanden een goed gesprek met ons,’ zei ik. ‘En ook zo nu en dan een gesprekje met Koekie, zodat je met eigen ogen kunt constateren dat het goed gaat met hem.’
Wim was in goeden doen. Hij was ook behoorlijk alert. Ergens halverwege het bezoek zei hij: ‘Jullie denken heel verschillend over zaken, hè?’
Ja, waarschijnlijk wel. Over alles eigenlijk, dus ook over opvoeden.
Daar zat ik later nog wat over na te denken. In essentie wil mijn vrouw dat hij sociaal goed functioneert. Hij moet goed met andere kinderen kunnen omgaan, hij dient respect te hebben voor ouderen, manieren zijn belangrijk. Op die zaken ligt voor haar de nadruk. Ik wil dat hij presteert. Zelf ben ik zo asociaal als de pest, ik onderhoud geen vriendschappen en ik heb niet echt goede manieren.
Typisch beeld: als we met zijn drieën zitten te eten, moet mijn vrouw ons beiden regelmatig terechtwijzen. ‘Gebruik mes en vork, handen boven tafel, niet smakken.’
Nog een voorbeeld: mijn vrouw vindt het van levensbelang dat hij geen pianoles overslaat, ik vind het onbespreekbaar dat hij een honkbalwedstrijd mist.
Het is en blijft moeilijk om een gulden middenweg te vinden.
Maar wat het bezoek van Wim vooral zo goed maakte, was hoe hij omging met Koekie. ‘Vind je het leuk hier?’ vroeg hij aan hem.
‘Ja,’ zei Koekie, die veel oog had voor de kleine laptop die Wim bij zich had.
Opeens zaten ze samen achter de piano. Koekie speelde hem liedjes voor, Wim speelde iets wat Koekie onmiddellijk probeerde na te spelen. Met enig succes.
Voor het eerst had ik het idee dat pleegzorg gefundeerd kon oordelen over ons als pleegouders. Koekie zat hier goed. Hij had het naar zijn zin en was bezig een goed mens te worden.
Want dat is natuurlijk wel de conclusie na ruim een jaar. Mijn vrouw heeft veel meer bereikt dan ik. Hij is een aangename, sociale, goede jongen. In het prestatiegerichte dat ik er heb geprobeerd in te brengen, is hij waarlijk niet geïnteresseerd. Ik erken mijn nederlaag. Voorlopig tenminste.
Frans Lomans
Lomans (55, hoofdredacteur van Panorama en Nieuwe Revu, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (51, artdirector van J/M en moeder van de 25-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
