Omdat ik in minder dan zes maanden tijd van een vrij te besteden vermogen van 500 euro naar een iets lutteler bedrag van 50 cent ben gegaan – oorzaak: zeer veel bezoekjes aan het winkelcentrum en kaartjes voor concerten – lijkt het me een goed idee om een baantje te zoeken.
Omdat ik nog maar 15 ben, zijn de keuzemogelijkheden voor werk zeer beperkt. Het minimumloon voor een 15-jarige is 3,04 euro. Ik besluit te gaan werken voor hetzelfde bedrijf als veel van mijn leeftijdsgenoten: de Albert Heijn. In dezelfde als twee vriendinnen van me, dat is wel zo gezellig.
Mijn eerste echte werkdag: om 07:00 uur klaar staan en beginnen met vakken vullen.
Dit gaat tamelijk goed, want zodra ik langer dan vijf seconden met iets in mijn hand sta, wijst Charlie, mijn vulpartner, me waar het moet. Het schiet op.
Om 09:00 uur hebben we een kwartiertje pauze. We zijn pas op een kwart van onze shift. Iedereen zit gapend in de kantine koffie achterover te slaan.
Om exact 09:15 uur springt een man van rond de 26 op en zegt: ‘Als jullie geen problemen willen krijgen, zou ik nú weer aan het werk gaan.’ Dus dat doen we.
Ik ga weer verder met panklaar. Charlie rijdt alle lege karren weg en komt terug met volle. Hij zorgt dat de restanten, oftewel de spullen die met geen mogelijkheid meer in het schap pasten, worden afgevoerd en op de juiste plek terechtkomen. Het is een eitje.
Totdat we, na de lunchpauze van 11:00 tot 12:00 uur, helemaal klaar zijn bij afdeling panklaar. Dan is Charlie ineens verdwenen, híj weet precies waar hij nu naartoe moet, maar ik sta met lege handen midden in de winkel. Ik ga naar het magazijn en loop, puur bij toeval, de teamleider tegen het lijf. ‘Ja, Madelief,’ zegt hij, ‘ik heb een nieuwe klus voor je.’ Ik ben benieuwd.
Vijf minuten later sta ik met een heel stom hoedje op en met een ontzettend lelijk T-shirt aan, waar ‘Gewoon bij Albert Heijn’ op staat, voor de winkel tompoezen uit te delen aan de klanten. Het is geen moeilijke klus, behalve dat ik de mensen niet durf aan te spreken en dat dus alleen mensen die er zelf om vragen een tompoes krijgen. Sommigen willen er een paar mee naar huis nemen voor de rest van hun gezin. Dat mag van mij; ik ben de kwaadste niet én zo raak ik mijn lading sneller kwijt.
Eén vrouw wil graag twintig tompoezen meenemen om aan alle agenten te geven die op het politiebureau hiernaast zitten en die ‘altijd voor óns klaarstaan als wij problemen hebben; laten wij nou ook eens iets goeds doen voor hen’. Ik vind het goed. Ze neemt een bord vol met tompoezen en een stapel servetjes mee. Ik zie haar trots door de draaideuren het winkelcentrum uitlopen.
Even later komt ze weer terug. Met de tompoezen. Ze deponeert het bord, zonder iets te zeggen, op mijn karretje en loopt weg.
Als het eindelijk 16:00 uur is ren ik naar het magazijn, zet de rest van de tompoezen terug in de koeling, trek mijn jasje uit, roep tegen de teamleider dat ik naar huis ga en vlieg de winkel uit. Het is niet fijn om een hele dag te staan. Ik ben kapot. Zo, zeg ik tegen mezelf, dit moet je vanaf nu elke week doen, een halfjaar lang, wen er maar aan.
In de acht uur, die ik die dag heb gewerkt, heb ik vier-en-twintig euro verdiend.
Madelief Wijdeveld (14),
Woont in Amsterdam als dochter van twee jonge ouders en grote zus van Emma (3), Hannah (5) en Roos (12). Zit in de vierde klas van het vwo en heeft dus volop ervaring met kinderen. Vindt dat ouders recht hebben op een globaal overzicht van wat hun puber uitvoert in zo’n klaslokaal en daarbuiten.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
