We stonden dinsdag, ruim op tijd, bij het Tropenmuseum. Daar zou de bus arriveren met de kinderen die twee weken op Terschelling waren geweest. Ik had me erop voorbereid dat Koekie, onze 9-jarige pleegzoon, naar buiten zou stormen en me in de armen zou vliegen. ‘Ik heb je gemist!’ zou hij zeggen met een snik in zijn stem. ‘Ik jou ook, jongen,’ zou ik met een trillende stem antwoorden. Daarna zou hij mijn vrouw bedelven onder een bombardement aan kussen.
Ja, zo zou het gaan.
Zo ging het natuurlijk niet. Gewoon, omdat met Koekie de dingen nooit gaan zoals je denkt dat ze zullen gaan.
Hij kwam stilletjes en aarzelend naar buiten. Hij leek kleiner geworden. Rondom hem huilden kinderen. Hij wachtte daar ongeveer een minuut mee. Toen kwamen ook bij hem de tranen.
‘Hoe was het Koekmans?’ vroeg mijn vrouw.
Snik, snik. ‘Leu…’ Snik, snik. ‘k…’ Snik, snik.
Hij bleef bij mijn vrouw, snikkend, op schoot zitten tot we naar huis fietsten.
Omdat we vergaten hem af te melden, kregen we telefoon van een van de begeleiders. Mijn vrouw vroeg hoe het was gegaan.
Nou… niet zo geweldig. Agressief geweest, uit nood van zijn oorspronkelijk groep en tent overgeplaatst naar een andere tent.
Onderwijl huilde Koekie door.
‘Wil je eten?’
‘Nee, ik wil terug naar kamp.’
‘Je moet douchen.’
‘Nee, ik wil terug naar kamp.’
Tranen en het zinnetje dat hij terugwilde. Daar moesten we het mee doen.
De volgende dag had mijn vrouw opnieuw een telefoongesprek met een leidster. Ze was dol op Koekie, sprak teder over hem. Maar het was bepaald geen feest geweest. Samengevat: ze hadden vanwege zijn gedrag, agressie (leider aangevallen, gebeten), boosheid en weglopen, het programma voortdurend moeten aanpassen. Eigenlijk hadden ze aan hem net zoveel werk als aan alle andere kinderen bij elkaar. Nee, we moesten hier binnenkort nog een serieus gesprek met elkaar over hebben en tja… we moesten er niet automatisch vanuit gaan dat hij volgend jaar weer mee op kamp kon.
Mijn vrouw en ik keken elkaar aan. Waarschijnlijk hadden we te vroeg geconcludeerd dat we al een doorbraak in Koekie’s leven hadden geforceerd, dat we het zo goed hadden aangepakt dat we er bijna waren. In ons enthousiasme waren we vergeten dat hij een beschadigd kind was, dat voortdurend terug zou vallen in oud gedrag. Misschien was twee weken kamp te veel gevraagd. We besloten dat hij hoe dan ook in therapie moest. Wij konden zijn gedrag niet analyseren, het lukte ons niet hem te laten praten; niet over vroeger en niet over nu. Gezien zijn status (pleegkind in hulpverleningsvariant bij ons), mag hij niet naar een psycholoog of psychiater. Maar geen therapie is geen optie. Het moet; we gaan ijzer met handen breken.
Twee dagen na terugkeer is Koekie opgehouden met huilen. Hij is nog wel stil. Als ik ’s avonds met hem in de badkamer sta, zegt hij: ‘Was er maar een kamp dat altijd duurde.’
Ik waardeer zijn zonnige kijk op het leven. Tegelijkertijd is het hoogst zorgelijk; hij heeft bij tijd en wijlen mensen totaal over de kling gejaagd en zich desondanks kostelijk geamuseerd. Ik heb even geen oplossing voor deze situatie en een stem in mijn hoofd schreeuwt: ‘Help!”
Frans Lomans
Lomans (55, hoofdredacteur van Panorama en Nieuwe Revu, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (51, artdirector van J/M en moeder van de 25-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
