Koekie, onze 10-jarige pleegzoon, was woedend op me. Ik had een uitnodiging gekregen om samen met hem te verschijnen in het radioprogramma Spijkers Met Koppen om te praten over het afgelopen week verschenen boekje ‘Koekie en ik – hoe een pleegkind mijn leven veranderde’. Dat verzoek had ik afgewezen.
Posts by
Koekie mag niet op de radio en is boos
Koekie gaat een spannende maand tegemoet
Maart 2012 zou de maand worden waarin de rechter een definitieve uitspraak ging doen over Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. De bedoeling was dat we hem dan met honderd procent zekerheid zouden kunnen zeggen dat hij tot zijn 18e bij ons zou wonen. Helaas is die zaak door wat administratieve rompslomp op de lange baan geschoven. Maar dat wil niet zeggen dat we een saaie maand tegemoet gaan.
Koekie huilt en huilt en… huilt
Op maandag kreeg mijn vrouw telefoon. Haar gezicht betrok en ze begon onbedaarlijk te huilen. Haar beste vriend Jan van Halm was dood gevonden die dag. Hij was 64. De laatste keer dat ze hem ontmoet had, een week of wat daarvoor, was ze in gezelschap van Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. Koekie vond het altijd een feest om af te spreken met ‘jouw oude vriend Jan’, zoals hij hem noemde. Jan was sowieso ongekend grappig en amusant. Dat trok Koekie aan. Maar ook dat Jan niet zijn slijmerige best deed om Koekie te paaien. Hij behandelde onze pleegzoon gewoon als een gelijke en dat kan Koekie zeer waarderen.
Het is NOOIT de schuld van het kind
Op 5 september verscheen hier mijn blog ‘Er zijn veel Koekies op de wereld’. Dat sloot ik af met de beschrijving van drie jongens die in Binding, een blad van pleegzorgorganisatie Spirit, werden voorgesteld en die op zoek waren naar een pleeggezin. Ik vroeg me daar op het einde af of het niet goed zou zijn als we Kendrich (14), Andy (15) en/of Steve (17) zouden toevoegen aan ons toch al kleurrijke gezin.
‘Deze drie Surinaams/Indonesische broers verblijven sinds een tijdje in een crisisgroep. De voorkeur is om de jongens samen in een gezin te plaatsen, maar er kan ook op de jongens apart worden gereageerd. De jongens hebben geen gedragsproblemen. Alle drie zijn ze beleefd en respectvol naar oudere kinderen en volwassenen. De jongens woonden bij hun moeder. Er was sprake van ernstige verwaarlozing. Moeder liet de kinderen dagenlang alleen thuis. Op school gaven de kinderen meerdere malen aan dat zij honger hadden, omdat er geen eten in huis was. Ook was er sprake van huiselijk geweld.’
Later schreef ik in het blad J/M nog een artikel over hoe het is om pleegouder te zijn en mijmerde ik wat over het bureaucratische gedoe waarin je zo nu en dan verzeild raakt. Maar ook over het goede gevoel dat het pleegouderschap je geeft en de complimenten die je daarvoor ontvangt van mensen uit je omgeving.
Onlangs kreeg ik een lange brief van Carin die hierop reageerde. Daar wil ik graag wat uit citeren.
‘Wat heerlijk om te lezen dat ook jullie als pleegouders de organisatie beleven als een “uit de kluiten gewassen circus”. Maar ook dat vooral het gevoel van plezier om het kind en het pleegouderschap overheerst. Bij ons is dat net zo. Ik, Carin, moeder van 2 volwassen zelfstandig wonende dochters, en Robin, (stief)vader van diezelfde meiden, mogen nu al bijna 10 jaar zorgen voor het liefste en mooiste jongetje van de hele wereld, onze verslaafd geboren Joey.
Ruim 6 maanden geleden besloten wij om Kendrich, Andy en Steve er gezellig aan de keukentafel bij te nemen. En opnieuw werden we deel van het bekende circus. We moesten opnieuw gescreend worden en dat terwijl we al 10 jaar pleegzorg doen met iedere 6 weken een bezoek van een pleegzorgwerker. Er moest weer een risicoprofiel gemaakt worden, een verliesbalans en nog meer bureaucratisch geneuzel. Bijna gaven we op, maar besloten door te gaan. Want we deden het voor de kinderen en waren gelukkig al helemaal op de hoogte van de werk- en denkwijze van deze organisatie. Toen bleek dat wij geschikte aspirant pleegouders waren (gelukkig maar voor Joey want die heeft ons al 10 jaar) volgde er weken van overleggen met allerlei hulpverleners. Dus weer veel vrije uren opnemen. Na 2 maanden was er dan eindelijk de ontmoeting met de jongens.
Deze 3 zaten al 8 maanden in een crisisopvang. Deze opvang is geschikt voor een verblijf van hooguit 3 maanden! Na bijna een jaar strenge regelmaat in de spoedopvanghuizen waren de jongens inmiddels overtuigd van het feit dat de hele situatie hun “schuld” was. Het kwam niet bij ze op om de onmacht van hun ouders als zodanig te ervaren. Hulpverleners blijven ook maar excuses maken voor ouders onder de noemer “het zijn toch je ouders”. En als de kinderen dan eindelijk iets durven te kiezen zoals “ik wil niet mee met mijn moeder na 2 uur op haar gewacht te hebben”, wordt er enorm op ze ingepraat dat moeder zo haar best doet. Bij kleine kinderen hebben wij dat beroep doen op hun loyaliteit altijd al discutabel gevonden, maar bij pubers is het ongehoord en schadelijk voor hun gevoel van eigenwaarde. Wij verbazen ons tot op de dag van vandaag over de rol van de biologische ouders en hoe omzichtig er met hen wordt omgegaan.
Toen ik ze de laatste week van november op vrijdagmiddag na mijn werk op ging halen om definitief bij ons te komen wonen, was de eerste vraag: hoe lang mogen we bij jou blijven? Al mijn kinderen krijgen steevast het antwoord, tot je 32ste maar eerder is natuurlijk altijd goed. Kendrich merkte meteen op dat Spirit maar betaalt tot zijn 18e verjaardag. Ik zei hem dat ik het niet doe voor het geld, dat hij mij op zijn 18e hard nodig zou kunnen hebben als hij gaat studeren en dat er dus tot zijn 32e plaats is bij ons, maar… lachend, eerder mag natuurlijk altijd. Hij lachte niet maar was ontroerd en opgelucht, er viel een last van zijn schouders en dat op je 14e.
Juist pubers hebben zo’n behoefte aan een vaste plek en zekerheid. Wij merken dat er een vooroordeel bestaat over pubers en pleegzorg opvang. Die kinderen zouden lastig zijn en daarom uit huis gehaald worden, maar kinderen komen in de opvang terecht omdat ouders falen. Alle kinderen, ook jongvolwassenen, verdienen het te ervaren dat je zelf een keuze kunt maken in wat voor volwassene je wilt worden.
Het is misschien zelfs wel eenvoudiger om deze leeftijdsgroep op te vangen. Je kan ze betrekken bij de beslissingen die over hun hoofd gemaakt worden, ze bewust maken van wat de mogelijkheden zijn, waar de hulpverlening je moet helpen en waar je mag besluiten je eigen plan te trekken. Voor ons als pleegouders heerlijk om te beseffen dat al onze ervaring maakt dat we nog sneller praktische dingen gedaan krijgen, voor onze pleegzoons heerlijk om te ervaren dat er volwassenen zijn die misschien niet blij worden van je schoolverzuim maar toch onvoorwaardelijk voor je staan en mee zoeken naar oplossingen. Eindelijk eens niet denken dat alles jouw schuld is, je mag er gewoon zijn.
Een eenvoudig schouderklopje doet ieder mens goed. Dus iedereen op verjaardagen, in de buurt, op school of zelfs gewoon in een winkel die ons prijst om ons pleegouderschap maakt dat we ons gesteund voelen. Heel vreemd, want het voelt als de normaalste zaak van de wereld. Maar ik zou liegen als ik niet heel trots als blanke moeder met 4 bruine jongens door de straat wandel en vurig hoop dat iedereen ziet dat dat mijn mooie jongens zijn.’
Tot zover Carin. Later zal ik hier nog wel eens terugkomen op haar avonturen en op haar jongens. Maar de komende weken zal het weer over Koekie, onze 10-jarige pleegzoon, gaan. Na periodes waarin het vaak helemaal niet top ging, blijft dezer dagen het goede nieuws zich opstapelen. Vorige week haalde hij namelijk, drie dagen na zijn geweldige rapport, ook zijn zwemdiploma C.
Frans Lomans
Frans Lomans (55, hoofdredacteur van Panorama en Nieuwe Revu, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (51, artdirector van J/M en moeder van de 25-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
Koekie overtreft zichzelf
Vrijdag om 15.00 uur stond op school het gesprek met juf Nancy gepland. Ze geeft les aan groep 4/5. Een van haar leerlingen is Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. We zullen die middag ook een rapport krijgen. Met Koekie hebben we afgesproken dat als zijn rapport écht goed is, hij een klein huisdier mag nemen. Een dwergmuis, een gerbil, een hamster, zoiets. Klein en netjes. Niet iets dat overal piest en poept en dat we bij nacht en ontij moeten uitlaten.
Is Koekie wel gelukkig?
Uiteindelijk gaat het in het leven maar om één ding.
Dus vroeg ik Koekie, onze 10-jarige pleegzoon, op zaterdagochtend: ‘Ben jij gelukkig?’
Hij had zich als een koning verkleed. Soort kerstmuts op, badjas aan, van een dekentje een sjaal gemaakt, klompen over zijn sloffen. Hij deed me denken aan een van de drie koningen die vroeger bij ons thuis naast de kerststal stonden.
‘Ja,’ antwoordde hij zonder een moment te aarzelen.
‘Heb jij alles wat je wilt in het leven,’ vroeg ik.
Hij lachte zijn meest oprechte en brede en ontroerendste lach en zei: ‘Ja.’
‘En wat vind je het beste in het leven?’ vroeg ik verder.
‘Jou en Céline,’ zei hij.
‘Slijmbal,’ zei ik.
‘Echt waar,’ zei hij.
Ik zie het de laatste tijd aan hem. Zijn levenslust was er altijd al. Maar daar zat altijd iets onrustigs in. Hij leek op een kleine tikkende tijdbom. Alles moest nu gebeuren. Onmiddellijk. Want voor je het wist zou het afgelopen zijn. Hij moest nu zoveel mogelijk eten, hij moest nu zoveel mogelijk hebben, hij moest nu ervaringen verzamelen. Voordat het te laat was.
Ik denk dat hij zelf nog niet eens wist waarom hij zo’n haast had, waarom hij drie of vier dingen tegelijk wilde doen. Maar hij weigerde terug te kijken en hij weigerde vooruit te kijken. Er was slechts het nu. Terugkijken was pijnlijk, vooruitkijken was nutteloos.
Dezer dagen kruipt hij uit eigener beweging achter de piano, zit hij soms gewoon rustig op de bank in Donald Duck te bladeren, heeft hij het boekje met de verzamelde teksten van De Jeugd Van Tegenwoordig in de hand en leest hij die en probeert ze uit het hoofd te leren. Afgelopen week zat hij een hele tijd op zijn kamer de fotoboekjes die mijn vrouw voor hem heeft gemaakt van speciale gebeurtenissen van zijn leven door te nemen. Als ze hem vraagt wat hij denkt als hij dat doet, krijgen we nog geen samenhangend antwoord. Maar hij is met zijn leven bezig. En dat lijkt me een goede ontwikkeling.
Op school maakte hij er afgelopen week een puinzooi van. Toen mijn vrouw hem vrijdag ophaalde huilde zijn goede vriend Diego. En hij wees naar Koekie; dat was de schuldige, die had hem iets aangedaan. Zoals gewoonlijk kreeg mijn vrouw van Koekie niet te horen wat er was gebeurd. In plaats daarvan ging Koekie op school nog even naar de wc om over te geven. Braaksel in plaats van woorden.
Maar het goede was dat hij geen hysterische aanval kreeg. Zo ging het namelijk altijd. Dan leek hij ervan overtuigd te zijn dat een foute actie van hem funeste gevolgen had. Dat kon slechts lijden tot die ene uiterste consequentie: dat hij weg moest. Dus kwam hij nimmer verder dan totale ontkenning. ‘Ik heb niks gedaan, het was niet mijn schuld, hij begon.’ Met als slagroom op de cake een hysterische huilbui.
Nu bleef hij rustig. In de loop van de avond kwamen er zelfs wat zinnen uit zijn mond over het gebeurde. En daarin speelde hij zelf ook een rol. Het leidde niet tot paniek, hij was niet bang dat hij geslachtofferd zou worden.
Ik werd er blij van. Ik vond het bijna een beslissende stap; dit was zijn thuis, wij waren zijn opvoeders voor heel lang, hij mocht fouten maken, wij zouden hem niet wegdoen.
Ik heb hem een keer verteld dat ik op een van mijn bankrekeningen het geld zet dat we van Pleegzorg krijgen en dat ik verdien met artikeltjes en blogs over hem. Dat is bedoeld voor later, zei ik hem, zodat je bijvoorbeeld kunt gaan honkballen en studeren in Amerika, of dat je naar het conservatorium kunt.
Dat was tamelijk abstract voor hem en hoorde bij een toekomstig leven dat niet per se het zijne was.
Maar laatst vroeg hij opeens hoeveel geld er op die rekening stond. ‘Achtduizend euro?’
‘Iets meer,’ zei ik.
‘Zou ik daar ook rijlessen van mogen nemen?’ vroeg hij.
‘Als je het goed doet op de middelbare school, dan mag dat,’ zei ik.
‘Cool,’ zei hij.
Het was opnieuw een teken dat hij zich niet langer opgejaagd voelde. Dat hij nu zelfs al acht jaar vooruit durfde te kijken.
Ja, ik geloof dat hij echt gelukkig is.
Frans Lomans
Frans Lomans (55, hoofdredacteur van Panorama en Nieuwe Revu, kinderloos) en zijn vrouw Céline van Gennep (51, artdirector van J/M en moeder van de 25-jarige Rosa) zijn getrouwd in 2001 en hebben geen eerdere ervaring als pleegouders.
J/M is een informatief, journalistiek maandblad met een uitgebreide website vol achtergrondinformatie voor ouders van 4- tot 16-jarigen. J/M richt zich op alle aspecten van het ouderschap. Niet belerend, maar praktisch, toegankelijk en betrokken. De redactie informeert ouders helder en deskundig over de vele beslissingen die bij het opvoeden gemaakt moeten worden.
Koekie is arrogant én onzeker. Hoe kan dat?
‘Alle meisjes van mijn school zijn verliefd op mij,’ zei Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. Hij zuchtte erbij alsof dat niet alleen volstrekt logisch was, maar ook of het hier een zware last betrof.
‘Ik kan het beste voorlezen van alle kinderen in de klas,’ zei hij, op een manier die geen enkele ruimte voor twijfel liet.
‘Ik wil eigenlijk wel een klas overslaan,’ was een andere zin, die laatst uit zijn mond rolde.
Koekie’s therapie werpt vruchten af
Koekie krijgt complimenten
De laatste dinsdag van de vakantie had ik de zorg over Koekie, onze 10-jarige pleegzoon. Ik deed die dag wat hij het leukst vindt: met mij mee naar mijn werk. Naar dat megagebouw van Sanoma in Hoofddorp waar een stuk of 65 tijdschriften worden gemaakt en dat hij beschouwt als een mysterieus kasteel waar hij naar hartelust kan ronddolen.
Onderweg daar naartoe strandden we op Schiphol waar hij hardop alle teksten op borden las. Eenmaal weer in de trein las hij voor mij de teksten die op een brandblusser stonden. Ik was onder de indruk, want tot voor kort blonk hij vooral uit in het etaleren van een gigantische weerzin tegen het lezen van wat dan ook.


Recente reacties