Schoolbezoek – Emma Slingerland

Tegenstanders

Fietsen en tegelijkertijd met je kinderen kwebbelen is een heerlijke bezigheid. Zo fietste ik laatst met man en kinderen door het Franse Zuid-Bretagne. Mijn zoontje en ik kwebbelden over van alles en nog wat,. Op den duur keken we niet meer naar de omgeving en letten we niet meer op de weg of op tegenliggers. ‘Tegenliggers’ vond mijn zoontje maar een vreemd woord. Waarom heette een tegenligger eigenlijk tegenligger?

‘Ik denk dat tegenligger ‘tegenligger’ heet, omdat hij van de andere kant komt, de kant die tegenover je ligt,’ verzon ik. ‘Net als bij voetbal. Daar noem je de partij waar je tegen speelt de tegenstander. Zij staan ook tegenover je, ze spelen aan de andere kant van het veld, en komen vanuit die andere richting naar je toe.’

Meer >

Schooltje spelen

De lange vakantiedagen zijn een testcase voor ouders. Want ook wij zijn uit ons ritme, zonder school en zonder opvang. Toch beschouw ik deze dagen als een uitdaging. Je kinderen zijn immers maar één keer jong en de periodes die je van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat met ze doorbrengt zeldzaam.

Meer >

Ouderbetrokkenheid

Leerkrachten houden van betrokken ouders. Althans, dat denken de meeste ouders. Maar de meeste leerkrachten houden ouders liever op afstand. Ouderbetrokkenheid staat gelijk aan opdringerigheid, geklaag, wantrouwen en bemoeienis. Vooral de zogenaamde witte scholen, met veel hoogopgeleide ouders, hebben te kampen met de bemoeizuchtige ouder: de ouder die het liefst zelf voor de klas zou willen staan, die altijd kritisch is over de inhoud. Na schooltijd glipt deze ouder altijd nog de klas in om het ‘nog heel even’ over zijn of haar kind te hebben, of weet hij het 10-minutengesprek weer eens op te rekken tot het drievoudige.

Meer >

Toetsuitslagen

Op het matje geroepen. Op de school van mijn kinderen. Omdat mijn dochter de Cito uitzonderlijk slecht heeft gemaakt. En omdat de onvoldoendes van mijn zoon nu veranderd zijn in iets wat zich net onder het gemiddelde bevindt. Dat laatste is goed nieuws. Tenminste, zo moet ik het beschouwen. Ik laat de harde feiten over me heen komen, gelaten, om na tien minuten opgeschrikt te worden door de eierwekker. Met een zoete glimlach en duidelijke lichaamstaal van de beide juffen, word ik richting uitgang gedreven, om plaats te maken voor de volgende ouders, die met bange ogen in het donker zitten te wachten op het moment van de waarheid.

Meer >

Inspirerende lessen

In sommige groepen is het echt genieten. Dat zijn de groepen waar inspirerende leerkrachten voor staan. Zo’n leerkracht voelt de behoeften van leerlingen feilloos aan, en weet nieuwe lesstof altijd te presenteren als een cadeautje. Als hij aan het woord is, hangen de leerlingen aan zijn lippen. Als hij een dag afwezig is, tellen de leerlingen de uren af. Deze leerkracht is geen slaaf van een methode en laat zich niet gek maken door de inspectie. Hij doet gewoon wat hij moet doen: lesgeven. Omdat hij niet anders kan. Omdat het in zijn bloed zit.

Meer >

Verhaaltje over vroeger

De mooiste verhalen voor kinderen zijn ‘verhaaltjes-over-vroeger’. Mijn dochter is er dol op. Verhaaltjes-over-vroeger koop je niet in de winkel en bestel je niet via internet. Het zijn de spontane, vrolijk-stoute of verdrietige verhalen van toen mama, de oppas, of de juf op school nog klein waren.

Verhaaltjes-over-vroeger stimuleren de taalontwikkeling (je breidt je woordenschat uit, je leert zinnen maken) en het verhaalbegrip (hoe leid je een verhaal in, wat is de kern, wanneer komt de ontknoping). Verhalen-over-vroeger scheppen ook een band. Ze geven je het gevoel dat je samen in een tijdmachine stapt, waarin jouw jeugd en die van je kind samensmelten.

Meer >

Kajk! Haj hep feler als maj!

Soms zijn er van die dagen. Dagen waarop je je groen en geel ergert aan onbenulligheden. Op die dagen vind ik mezelf een naar mens. Zo bezocht ik een tijdje geleden een peuterspeelzaal waar de leidster voortdurend dingen tegen de kinderen zei als: ‘En nu gaan ik jullie een boekje voorlezen!’ en ‘Kom maar effe bij mijn zitten’. Lekker belangrijk, denkt u misschien. Maar ik ergerde me eraan. En aangezien ik voor verbetering van het taalonderwijs naar deze peuterzaal gestuurd was, moest ik er toch een opmerking over maken: ‘Ehh…  nog een dingetje: je zegt ‘mijn’, maar je bedoelt “mij”, toch?’ Ze keek beteuterd. Had ze zo’n goede les gegeven, moest ik toch nog even mierenneuken over dat wat ze haar hele leven al zei, waar niemand haar ooit eerder mee lastig gevallen had en waarvan ze zelf niet eens wist dat ze het deed.

Meer >

Leesplezier

Veel leerkrachten onderschatten de capaciteiten van hun leerlingen. Neem het leesonderwijs in kleutergroepen. De leeslessen bij de kleuters zijn gericht op de ‘ontluikende geletterdheid’. Dat wil zeggen dat de aandacht uitgaat naar het op speelse wijze kennis maken met geschreven en gesproken taal. De kinderen leren nog niet echt schrijven en lezen, maar ze leren wel losse tekens en klanken herkennen. Iedere week staat een nieuwe letter en klank centraal, er verschijnen woordjes op het bord, voorwerpen in het klaslokaal krijgen labels of naamkaartjes, et cetera. Als de leerkracht de kinderen regelmatig attendeert op de geschreven taal in de omgeving, doen kinderen met deze aanzet in korte tijd veel nieuwe kennis op. Het effect kan zelfs zo groot zijn dat een groot deel van de kinderen in mijn ogen al in de kleuterklas zou moeten kunnen beginnen met het lezen en het schrijven van woorden en zinnen. Ik heb dit vastgesteld bij mijn eigen kinderen, maar ook bij anderstalige kinderen of kinderen van laag opgeleide ouders die ik in mijn werk meemaak op ‘zwakke’ scholen.

Meer >

Bijspijkeruurtje

Of ik met dezelfde overgave waarmee ik de kinderen had leren lezen, ze nu ook kon leren rekenen. Dat was zo’n beetje de boodschap tijdens het laatste tien-minutengesprek op de school van mijn kinderen. Want hoe was dat toch mogelijk, vroegen de kleuterjuffen zich af? Deze kinderen blonken uit in hun taalgebruik, daarentegen bakten ze weinig van het rekenen. Waarschijnlijk hadden ze het taalgevoel van de moeder. De moeder was taalwetenschapper; geen wonder dat de rekenprestaties daar schril bij afstaken. Een andere mogelijkheid was dat er thuis zo veel aandacht uitging naar de taalontwikkeling dat de kinderen een rekenachterstand opgelopen zouden hebben.

Meer >

Topdirecteuren

Hoe kies je een school voor je kinderen? Je kijkt naar bereikbaarheid, sfeer, uitstroom, misschien naar de school waar familie of vrienden heen gaan. Wie er aan het roer van de school staat, is zelden doorslaggevend. De schooldirecteur is immers iemand met wie je in praktijk niet veel mee te maken zult hebben, denk je. Je ziet hem of haar vluchtig tijdens een voorlichtingsochtend, je schudt een handje, krijgt een schoolgids mee, en dat is het dan.

Meer >